De tram is terug
Wat hebben veel middelgrote steden in België, Spanje, Frankrijk en Duitsland wat Nijmegen, Maastricht, Groningen en Zwolle niet hebben? Een tram. Als het aan GroenLinks ligt, komt daar snel verandering in. Want de tram is schoon, zuinig, snel, comfortabel en neemt weinig plek in. In landen om ons heen heeft de tram de afgelopen jaren al een opzienbarende comeback gemaakt in het straatbeeld. De reizigersaantallen overtreffen elke verwachting. Ook in Nederland hebben veel steden prima plannen, om de tram in te zetten als alternatief voor het vastlopend autoverkeer. Alleen het geld is vaak nog een probleem, zowel bij de aanleg als bij de exploitatie.
GroenLinks ziet veel toekomst in een terugkeer van de tram in onze steden. Nu rijden er alleen trams in de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht en enkele ‘satellietsteden’ daaromheen. Niet voor niets werken al deze gemeenten aan plannen om hun netwerk uit te breiden. Maar ook in steden als Nijmegen, Groningen en Maastricht bestaan (soms al zeer concrete) plannen om de tram weer te laten rijden.
Een probleem daarbij is dat het de meeste steden en regio’s gewoon ontbreekt aan geld om de benodigde rails, bovenleidingen en haltes aan te leggen. Hoewel de ervaring in
binnen- en buitenland leert dat trams veel extra passagiers trekken als de infrastructuur er eenmaal ligt, moet er natuurlijk eerst geïnvesteerd worden. Dat gaat de draagkracht van een middelgrote/gemiddelde Nederlandse stad te boven. GroenLinks pleit er daarom voor om een Kansenpot Tram in het leven te roepen, waardoor de meest kansrijke plannen snel gerealiseerd kunnen worden.
De tram lost verkeersproblemen op
De tram maakt onze binnensteden beter bereikbaar en draagt bij aan een prettig leefklimaat van de stad. Trams maken het stedelijk gebied aantrekkelijk voor bedrijven en dragen bij aan een positief imago.
Bovendien: bijna alle grote steden in Nederland hebben te maken met verkeerproblemen. Door het toenemende autoverkeer, slibben de straten in de stad steeds verder dicht.
Want het stratenpatroon van veel steden is nu eenmaal niet berekend op nóg meer verkeer en de ruimte ontbreekt vaak om het wegennet in de stad uit te breiden.
Dat is ook om een andere redenen niet wenselijk. Langs honderden straten in Nederlandse steden is de luchtkwaliteit ver beneden de maat. Mensen die langs dergelijke straten wonen of werken ademen te slechte lucht in. Ongezond, omdat vieze lucht de kans op longaandoeningen vergoot. En illegaal bovendien, omdat er wettelijke plafonds zijn ingesteld voor de hoeveelheid roet in de lucht. Die worden dus overschreden.
Ook ons klimaat kan verdere groei van het autoverkeer niet aan. Het personenverkeer is verantwoordelijk voor negen procent van alle broeikasgassen die we uitstoten in Nederland. Dat percentage blijft stijgen. Als we iets willen doen aan klimaatverandering, zullen we dus naar zuiniger vervoersmiddelen moeten omzien.
Om de bereikbaarheid binnen onze steden op peil te houden, moeten we kiezen voor moderne alternatieven. Omdat groei van het autoverkeer in de stad fysiek onmogelijk én onwenselijk is, vormt schoon en comfortabel openbaar vervoer hét alternatief.
Download de notitie 'Laat de Tram Rijden' (pdf, 1,33 Mb)







